Niel Van Meeuwen Kessels & Smit, The Learning Company

Niel Van Meeuwen
Nieuw Meesterschap bij Oso Windesheim!

Deze blogbijdrage gebruik ik als voorbereiding op mijn bijdrage bij het OSO Windesheim in Zwolle op 28 maart. Daar ben ik te gast bij de Master Special Educational Needs (MSEN). Deze opleiding wordt gekenmerkt door ‘nieuw meesterschap’. Nieuw meesterschap kenmerkt zich door de ambitie om voor iedere leerling of student de best denkbare leeromgeving te creëren. Dat doet een master SEN door het inzetten van passende methodieken, het uitvoeren van praktijkgericht onderzoek, systematische kennisontwikkeling, gebruik en toepassing van ICT en vooral door samenwerking en kennisdeling met medestudenten, professionals en de beroepspraktijk.

Welnu, om mijn bijdrage voor de deelnemers goed voor te bereiden, wil ik jullie graag iets vertellen het gebruik van sociale media in onderwijs- en leerprocessen. Heel vaak zien we vandaag dat ‘digitale’ leermiddelen (waaronder ook sociale media) gebruikt worden tijdens onderwijsleerprocessen. Er wordt een filmpje van youtube getoond, een website geprojecteerd, leerlingen wordt gevraagd eens iets op te zoeken via google… Er zijn vandaag al tal van praktijken van het gebruik van technologie in het onderwijs.

En toch, echt krachtig inzetten van deze instrumenten doen we nog niet. Vaak zijn ze bedoeld om de les wat op te vrolijken, om aan te sluiten bij de leefwereld van studenten, om de boodschap van de les wat kracht bij te zetten. Op zich niets mis mee, maar als we ze echt willen gebruiken waar ze van toegevoegde waarde zijn, dan hebben we toch iets anders te doen in ons onderwijsleerproces. Het gaat voor mij in zijn essentie dan immers niet over het gebruik van dit soort instrumenten in de les.

En toch, voor mij gaat de kern van de zaak niet over het gebruik van deze nieuwe media… maar wel over het soort leren dat het gebruik van deze technologieën initieert. Doordat informatie ten allen tijden beschikbaar en raadpleegbaar is, vaak in grote hoeveelheden en complex weergegeven (het gaat niet enkel om biologie, maar ook geschiedenis, aardrijkskunde, fysica en chemie op eenzelfde webpagina) wordt er van leerlingen gevraagd om anders om te gaan met de informatie. Leerlingen dienen op die manier andere informatieverwerkingsvaardigheden te leren. Vaardigheden die veel beter passen bij de complexe vraagstukken die ze later in kennisintensieve organisaties zullen tegenkomen. Noem het sociaal leren, generatief leren, innovatief leren, kennisproductief leren… In essentie, jonge mensen gaan op een andere manier leren en het gebruiken van sociale media, iPads, Smartphones en dergelijke is daarvoor ontzettend krachtig.

Voor mij gaat de essentie hierover: deze technologieën helpen leerprocessen te ondersteunen die in kennisintensieve omgevingen het verschil maken. En onderwijs dat onze jongeren klaar dient te stomen voor een toegevoegde waarde in onze kenniseconomie kan niet anders dan daarin investeren.

Dit is natuurlijk echt heel kort waar de essentie voor mij over gaat. Op 28 maart hebben we echt de tijd en ruimte om hierover wat verder door te denken. Ter voorbereiding daarvan heb ik nog 3 vragen:

  1. Als je dit leest, wat zijn dan gedachten die bij je opkomen? Waar ben je dan nieuwsgierig naar?
  2. Nieuwsgierigheid kan vaak niet zonder bezorgdheid. Je ziet al deze ontwikkelingen gebeuren, waar ben je bezorgd over?
  3. Wat zijn vragen die je hebt en die je graag op 28 maart op de agenda wil zetten?

Het zou fijn zijn mochten jullie onderaan deze blog reageren. Op die manier zijn alle antwoorden gebundeld en kunnen jullie deze reeds van elkaar lezen. Tot snel!

10 Responses to Nieuw Meesterschap bij Oso Windesheim!

  1. Jitse van Steinvoorn says:

    Wat beschreven is roept bij mij nieuwsgierigheid op; want hoe ga je om met bovenstaande in supervisie waarin met elkaar praten zo centraal staat. Hoe pas je dan het “digitale leren” in?
    Wat mij bovendien intrigeert is de uitspraak dat het noodzakelijk is om aan te sluiten bij het leren van jongeren in deze tijd. Wat betekent dit voor supervisie en het leren in supervisie?

  2. Brenda van Veldhuizen says:

    Supervisie leren is ervaringsgericht leren, hoe past social media hierin en wat houdt dat nieuwe leren in? Daarnaast werk ik in de sociale sector en geef ik supervisie aan een opleiding in de sociale sector waarin communicatie erg belangrijk is. Communicatie verloopt vooral non-verbaal: via oogcontact, houding, emotie. Hoe verhoudt zich dit met de communicatie via technologie?

  3. Als ik bovenstaande lees dan komt in mij op: Hoe kan ik sociale media gebruiken in mijn werk als supervisor? Wat kan dit de supervisant en mij brengen? Kan ik hiermee nog beter aansluiten bij de beginsituatie van de supervisant?
    Ook ben ik onzeker over hoe ik dit kan doen. Ik heb behoefte aan “speeltijd”. Tijd en gelegenheid om met elkaar te oefenen en van en met elkaar te leren.
    Supervisie kenmerkt zich door het leren in het hier-en-nu hoe kan sociale media hierbij gebruiken? Wat zijn de valkuilen? Wat is de “winst”? Wat maakt het verschil?

  4. Henriëtte Hoogenkamp says:

    Zou een eigen ruimte binnen de elektronische leeromgeving voor een groep supervisanten de mogelijkheid kunnen bieden om tussentijdse reflectie met elkaar te delen en het doorgaande leren tussen de bijeenkomsten te stimuleren?

  5. Eveline Feldbrugge says:

    Ik ben vooral nieuwsgierig naar wat een digitale middelen zou kunnen bijdragen aan supervisie. Ik heb er vooralsnog totaal geen beeld bij. Ik geef alleen op analoge wijze supervisie. Reageer daarbij ook sterk op non-verbale signalen. En verder sluit ik mij aan bij bovengestelde vragen.

  6. Ik ben nieuwsgierig naar de’ andere informatieverwerkingsvaardigheden’ die je noemt. Hoe zien die er uit? Mijn bezorgdheid gaat vooral over dat ik steeds meer supervisanten heb die helemaal omkomen in de ‘kennismaatschappij’, die enorm onder druk staan om te presteren, aangestuurd door al het ‘moeten’ en op geen enkele manier meer in verbinding zijn met hun lijf, waardoor ze een grote kans lopen oftewel pillen te gaan slikken om de druk niet meer zo te voelen of uit te vallen.
    Ik doe af en toe een supervisie via Skype en dat ging prima, maar zeker niet voor alle bijeenkomsten. Ik heb het nodig de supervisant te kunnen zien, voelen, (soms)aanraken, ruiken.
    Ik ben dol op mijn I pad en Iphone en alle mogelijkheden die het met me geeft. Maar ik mag nog echt leren daar goed en efficiënt mee om te gaan. Ik vlieg zo makkelijk van het een in het ander, moeilijk om me op één taak te concentreren en ik neem aan dat dat voor jongeren niet anders is.
    Mijn bezorgdheid is dat we straks allemaal rondlopen met een soort waterhoofd vol kennis, een lijf daaronder waar geen vitaliteit meer in zit, voortdurend verdiept in dat wat onze I phone ons laat zien en afgesloten van degene die naast ons zit.
    Ik kijk er naar uit om morgen hierover uit te wisselen.

  7. Elfried Pinkster-de Gaay Fortman says:

    Via skype heb ik scriptiebegeleiding gegeven en een EVC-assessment afgenomen en dat voldeed uitstekend. Een supervie heb ik nog niet via Skype gegeven, maar er wel positieve dingen over gehoord. Hoewel beide Skype en bij elkaar zitten daar wel een voorwaarde voor is, heb ik begrepen.
    Waar ik me zorgen over maak is dat zowel via sociale media als bij elkaar aanwezig zijn tijdens een supervisiegesprek op den duur mogelijk niet meer zal kunnen. Bezuinigingen kunnnen hier een rol bij gaan spelen.
    Ik ben benieuwd naar morgen, wat we allemaal leren.

  8. Hi Niel. De ‘download hier’ van de presentatie van gisteren werkt niet, tenminste niet op mijn pc. Wil je het nogmaals erop zetten? Met dank, Surrenda

  9. Beste Surrenda,
    Als alles goed gaat, kan je het nu wel downloaden. Sorry voor het ongemak.
    Niel

  10. Ja, het is gelukt. Dank je.

Leave a Reply to Niel Van Meeuwen Cancel reply

Tags
Over de Auteur

Name: Niel

Web Site: http://www.nielvanmeeuwen.be

Bio: Social Media, Knowledge Work, Learning and Development, Organization 2.0, Appreciative Inquiry, Creative Designer, Kessels & Smit, The Learning Company